Tot zo

Ouderwetse, verlaten draaimolen met een houten hek er omheen. Illustratie bij korte verhalen van de tekstschrijvers.
© de tekstschrijvers

Na het overlijden van mijn vrouw heb ik het wijnglas waaruit ze haar laatste slok nam en waarop haar lippenstift als een tijdloze kus verzonken ligt, niet meer durven aanraken. Het staat als een relikwie op een verder lege tafel. Telkens als mijn blik erop tot stilstand komt kan ik haast geen stap meer zetten. Betraand verlaat ik dan de kamer. Toen het mij vandaag weer overkwam dacht ik al starend naar het glas -in deze leegte zou God, als hij zou bestaan, precies passen.- Ik denk ook nu aan jou, in wie ik ongeduldig en bedroefd mijn hoop heb gekerfd. Ik begrijp de hunkering van alleenstaanden; men is het alleen zijn moe of wil gewoon begrip. Door de tijd geslagen gaten moeten worden gevuld. Niet voor mij, nog niet door mij? Zeg jij het maar. Ik voel dat het in mijn leven nooit beter zal gaan dan deze ijzige dag, dat anderzijds het tij zou kunnen keren kan ik nu onmogelijk weten. Enfin, wat ik ga vertellen gaat eigenlijk niemand iets aan maar omdat het toch niet lang geheim zal blijven, vertel ik het. 

Ik ben eind veertig en tot de reorganisatie bijna mijn hele werkzame leven in dienst van de Spoorwegen. De veilige glazen stolp die mij van de nutteloosheid scheidde werd enkele maanden geleden bij mijn ontslag verbrijzeld en toch, ondanks de kleinstedelijke geluiden en luidruchtige menselijke verwevenheid hoorde ik die dag niets, er heerste stilte tussen mij en de wereld. Om de werkelijkheid enigszins te herstellen heb ik in mijn laatste dienstweek het NS-tenue: pantalon, colbert, gilet, blouse, stropdas nauwkeurig na laten maken, waarna ik iedere ochtend op dezelfde tijd als voorheen het huis verliet. Eigenlijk was er voor mij niet veel veranderd: aankomst en vertrek, de twee ultieme krachten in een leven komen tenslotte samen op een perron. Ik kon bovendien mijn werktijden kiezen, iets dat ik overigens zelden deed: ben nogal trouw aan de realiteit. Verhalen zijn voor mij dan ook slechts de dagdromen van de geschiedenis. 

Het eerste dat ik onlangs van jou Esther, mijn nieuw licht, in weerwil van alles waarnam was het getik van je hakken gevolgd door je warme hand op mijn schouder, je stem “Vanaf welk station vertrekt de trein naar Echt?” Uiteindelijk trof ik een uitnodigende blik op je voorname gezicht. 

Beheerst door melancholie liep ik een uur of wat geleden, in zorgvuldig gekozen kleding naar het station. “De lente lijkt ver, het liefst zou ik de winter doorbrengen in een warm land, maar altijd gaat er iets verkeerd.” hoorde ik iemand in het voorbijgaan zeggen. 

Op deze avond in februari biedt het landschap vanaf hier een grauwe aanbik. Ergens tussen de grijze nevel spiegelt de maan haar licht op een zwarte sloot. Ik zit aan de rand van het spoor met m’n laptop op de knieën qwertyui-op … zelfs de letters stoppen. Het duister is vertrouwd en helemaal van ons. Ik hoop dat je mij straks erin ontvangt, ik neem die van 21:08.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *