Verteltechnieken

De gemeenschappelijke factoren van een goed verhaal

illustratie bij verteltechnieken: een sleutel met een klein poppetje
© de tekstschrijvers

De eerste verteltechnieken 

In de Poetica, een reactie op Plato’s neerbuigende beschouwingen over kunstwerken, weidt Aristoteles uit over wat een verhaal aan verhaaltechnieken moet bevatten. De hoofdpersoon ervaart volgens hem door zijn eigen schuld (hamartia) een verandering (peripetie) of een ontdekking (anagnorisis) die de plot volledig verandert. Het zorgt ervoor dat de hoofdpersoon lijdt (pathos), waardoor de lezer tot zuivering (catharsis) komt. In de vroege middeleeuwen vertaalde men de klassiekers waarover Aristoteles schreef in het oud Frans. Dat genre werd romanice genoemd: een verhaal in de volkstaal. In de tweede helft van de 16e eeuw, in de nadagen van de renaissance, herontdekte de Italiaan Lodovico Castelvetro(*) de leer van Aristoteles en begon die te verspreiden. Een toneelstuk gaat sindsdien dus over een beperkte gebeurtenis, op een beperkte plaats voor een beperkte periode. 

Verteltechnieken: drama boog

Pas in de 19e eeuw werd weer een serieuze poging tot universele duiding van verhaallijnen in gang gezet. De Duits schrijver en journalist Gustav Freytag(*) bestudeerde daartoe onder andere de werken van William Shakespear en kwam in 1863 met de ‘Piramide van Freytag’, beter bekend als ‘drama boog’. Freyta beschrijft de 5 elementen die terug zijn te vinden in elk vertelling, sprookje of mythe. Introductie, stijgende activiteit (het probleem), climax, dalende activiteit (het probleem bereikt het hoogtepunt) en ontknoping. 

Sterrenoorlog 

Campbell, een student van Carl Gustav Jung, publiceerde in 1949 ‘The Hero With a Thousand Faces’. Door gebruik te maken van de psychologie van Freud en Jung vergelijkt Campbell (*) de rudimentaire mythologie met de droomtoestand bij de moderne mens. Hij biedt de lezer een interpretatie van de mythologie met psychologische consequenties. De held gaat dus op reis, wordt uitgedaagd, lost toch opdrachten in en keert terug naar huis om zijn overwinningen te gedenken. Steven Spielberg, George Lucas, en Francis Coppola maakten er dankbaar gebruik van. George Lucas (vermogen 5,3 miljard dollar) hoopte in Star Wars een moderne mythologie op te bouwen. Logischerwijs vond hij in Campbells werk een waardevolle plattegrond. 

De strijder

Christopher Vogler (*) werkte als ontwikkelaar voor Disney studios, Fox 2000 pictures en Warner Bros. Hij schreef onder andere mee aan Aladdin, The Lion King, Fight Club en Men in Black. Vogler werd net als George Lucas geïnspireerd door de geschriften van mytholoog Joseph Campbell en maakte een adaptatie voor Hollywood-scenarioschrijvers ‘A Practical Guide to The Hero with a Thousand Face’. Deze adaptie is gebaseerd op de reis van de strijder, de levenswandel van een gewone man of vrouw die uit zijn of haar vertrouwde omgeving wordt gesleept. Dit om een probleem onder ogen te zien, een uitdaging aan te gaan of een buitengewoon avontuur te ondernemen. 

Toy Story

De schrijvers van het filmbedrijf Pixar (*) gebruiken tot slot de onderstaande structuur als basis voor al hun tekenfilms, bekend van onder andere Toy Story, Finding Nemo, WALL-E en Coco. Hun verhaallijn en theorie bestaat uit zeven stappen: er was eens … die elke dag… tot op een dag… daardoor… en daardoor… totdat uiteindelijk… en sinds die dag.

Meer weten: https://nl.wikipedia.org/wiki/Narratologie#Verteltheorie

Doe met deze 5 verteltechnieken je voordeel. Mocht het toch niet lukken, je weet ons te vinden.

Bronnen: https://www.britannica.com/biography/Lodovico-Castelvetro https://writers.com/freytags-pyramid https://www.imdb.com/name/nm0901038/bio?ref_=nm_ov_bio_sm https://www.khanacademy.org/computing/pixar/storytelling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *