Kenmerken goede tekstschrijver

Schrijftips. Een goede tekstschrijver herken je aan een aantal zaken: informeel taalgebruik, vermijden van Engelse termen, citaten en (andere) clichés, gedoseerd gebruik van humor, beetje verstand van vormgeving en zijn prijsstelling.

Een goede tekstschrijver en spreek- versus schrijftaal

Achter een toetsenbord gebruiken we ineens formele woorden, bijvoorbeeld: alsmede, dienen te, doch, gelieve, immers en omtrent. Formeel taalgebruik schept een afstand tot de lezer, probeert gezag te vertegenwoordigen. Dat is soms nodig, denk aan een aanmaning: “Als je niet op je eigen interieurtje wil bieden, moet je maar eens gaan lappen, klootzak.“ (In spreektaal hoor je de ’t’ achter ‘wil’ niet.) “Indien u thans niet overgaat tot onmiddellijke betaling…” zal meer indruk maken. Spreektaal daarentegen is makkelijk herroepbaar, bestaat uit kortere zinnen en hoeft niet onderbouwd te worden. Bovendien is het verschil tussen een ‘d’ of een ‘t’ niet te horen. Een goede tekstschrijver kent de voor- en nadelen van schrijf- en spreektaal en zal de boel bijvoorbeeld anders opschrijven dan er tijdens een interview gezegd wordt. Het doel is duidelijk: leesbaarheid.    

Engelse termen 

Bootcamp (kontjescamping), brainstormen (lukraak fantaseren met als resultaat verward gedrag), branding (nee, geen strandtent), converterende content (is Hanskje, onze Neerlandicus, niet content mee), engagement is key, follow-up, (follow up is een werkwoord, follow-up is een zelfstandig- of bijvoeglijk naamwoord) proces-minded, stakeholders… allemaal prima te vertalen (vak)termen. 

Op Engelse leenwoorden zijn trouwens de Nederlandse spellingregels van toepassing. Samenstellingen waarvan een deel Engels is, worden aaneengeschreven: humanresourcesafdeling, managementassistent, publicrelationsbureau, topdownbenadering. Een goede tekstschrijver is naar onze mening terughoudend met het gebruik van Engelse termen.  

Een goede tekstschrijver vermijdt clichés

Niet alleen overbodige Engelse termen zorgen voor agressie tijdens het lezen. Op menig website tref je zinnen als: “Dan ben je bij ons aan het goede adres” (wegwezen nu het nog kan) of “Service staat bij ons hoog in het vaandel” (niet meer dan normaal). Ik haal nog even door. Een blog of brief beginnen met: “Naar aanleiding van het feit.” 

Vacatures, ook zoiets. Advertenties staan bol van de clichés. “Geen 9 tot 5 mentaliteit” (klopt, begin graag om 10 uur en om een uurtje of 4 is het genoeg geweest), “Spin in het web”, “Out of the box denken” (het gebruik van deze zin, bewijst dat het betreffende bedrijf diep in de doos zit), “Wij stellen de klant centraal”, “Snel schakelen” (niet doen, tenzij je een chauffeur zoekt). Een goede tekstschrijver herken je aan de mate van tekstuele duidelijkheid, zonder clichés.

Een goede tekstschrijver en citaten

Tekst moedeloos voorwaarts en geen idee waarheen. Geen cliché maar een tekst van een goede tekstschrijver
© de tekstschrijvers

Eigenlijk zou je alleen citaten moeten gebruiken als je de boeken waaruit geciteerd wordt zelf hebt gelezen, zou een hoop ellende schelen. Voor eenvoudige zaken worden nu de meest grote denkers uit de vergetelheid en het citatenboek getrokken. Helemaal erg, Engelse citaten! Met een citaat denkt de tekstschrijver extra gewicht aan zijn stukje toe te voegen, het tegendeel lijkt het geval. Hij laat opzichtig zien dat de creativiteit om zelf een pakkende zin op papier te krijgen totaal ontbreekt. Citeer als tekstschrijver jezelf. Als die uitdaging geen succesvol resultaat oplevert, besteed je schrijfwerk dan uit. 

Een goede tekstschrijver en humor

beenprotese als bijzettafeltje, illustratie bij humor van de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers, bijzettafeltje

Gevoel voor humor, daar kan je een goede tekstschrijver zo nu en dan op betrappen. Niet dat de lezer constant onder zijn bureau zakt van het lachen, want dan is de tekst niet meer serieus te nemen, maar een spitsvondige titel of een kwinkslag in de laatste regel zijn toch wel symptomen van een tekstschrijver die lekker met zijn vak bezig is. Grappig zijn is niet moeilijk maar op het juiste moment (veelal aan het einde van een zin) toeslaan met een grap, duidt op vakwerk.

Vormgeving en techniek

Overleg met ontwerpers behoort zo nu en dan tot de werkzaamheden van een tekstschrijver. Een tekst moet tenslotte in een goede vorm gegoten worden. Enige kennis van CSS, HTML, Illustrator of Photoshop zijn voor een tekstschrijver bijna noodzakelijk. Eenvoudigweg omdat eerdergenoemde zaken invloed hebben op hoe (de) tekst aan de lezer verschijnt.

Met een gerichte tekst schiet je raak

Schrijftips… Online teksten worden niet uitgebreid gelezen, ze worden gescand. Uit onderzoek blijkt dat slechts 15% van de lezers een webtekst helemaal leest. Toch neemt Google je schrijfsel niet serieus als het korter is dan 300 woorden: hoe langer je tekst, hoe hoger de waardering. De leesbaarheid van een webtekst moet je dus optimaliseren. Hoe hou je zo’n ellenlang epistel leesbaar? Zeven essentiële schrijftips van een ervaringsdeskundige.

1. Begin met het einde

illustratie de tekstschrijvers bij schrijftips, oneindige kraan
© de tekstschrijvers

Schrijf je introductietekst als laatste; dan kan je perfect samenvatten waar je artikel over gaat. Stel in je introductie ook een vraag of biedt een oplossing, zorg voor een samenvattend citaat of begin met een korte anekdote. Verlevendig je introductie zonodig met een voorbeeld.


2. Schrijf in spreektaal

Schrijf heldere taal en formuleer zodat een normaal begaafde viertienjarige je verhaal kan begrijpen (niveau B1). Als de lezer moet nadenken gaat de begrijpelijkheid verloren en haakt hij af. Lastige zinsconstructies moet je zeker vermijden. Hieronder vier zinsconstructies die niet in een leesbare tekst thuishoren:

  • kettingzinnen zijn hoofdzinnen met meer dan één bijzin. Iedere bijzin is een nieuwe schakel aan de ketting. Een zin is overzichtelijk als hij maar één bijzin heeft of zelfs helemaal geen;  
  • naamwoordstijl is een werkwoord dat wordt omgevormd tot een zelfstandig naamwoord. Het werkwoord wordt een het-woord. “Tot de taken behoort het geven van voorlichting” in plaats van “Voorlichting geven is een van de taken“;
  • tangconstructies… Bij een tangconstructie wordt de hoofdzin onderbroken door een tussenzin. Een tangconstructie is correct Nederlands maar vormt een probleem voor de leesbaarheid doordat zij een groot beroep op het geheugen doet; 
  • voorzetseluitdrukkingen, hierbij gebruikt de schrijver veel voorzetsels. Ten aanzien van, door middel van, in verband met, met betrekking tot, met medewerking van, op grond van, ten aanzien van, uit hoofde van…

3. Schrijf scanbaar en in korte zinnen

© de tekstschrijvers

De scanbaarheid van je tekst vergroot je met tussenkopjes. De gemiddelde zinslengte voor een goede leesbaarheid is 10 woorden. Knip lange zinnen in stukken en verwijs met een koppelwoord naar de voorgaande zin. Voegwoorden (of koppelwoorden) kunnen nevenschikkend en onderschikkend zijn: 

  • nevenschikkende voegwoorden leggen een verband tussen twee hoofdzinnen, zinsdelen, woorden of woordgroepen: en, maar, of, dan (wel), dus, want;
  • onderschikkende voegwoorden leggen een verband tussen een hoofdzin en een bijzin: als, daardoor, hoewel, indien, nadat, omdat, terwijl, toen, wanneer, zodat, zodra.

Bij de analyse van je tekst geeft de WordPress plugin van Yoast een positieve waardering wanneer minimaal 30% van de zinnen een voegwoord bevatten. Yoast is een prima hulpmiddel om de leesbaarheid van je teksten te beoordelen. Schrap ook informatie die niets toevoegt aan je verhaal zoals overbodige lidwoorden, voorzetsels en bijvoeglijk naamwoorden. Plaats betekenisvolle werkwoorden zo dicht mogelijk bij het onderwerp, gezegde of zelfstandig naamwoord. De essentie van je zin is dan duidelijker.


4. Schrijf actief

‘Zijn’ en ‘worden’ moet je echt vermijden, deze woorden zorgen voor bureaucratische zinnen. Sloom klinkend bovendien. Deze manier van schrijven staat bekend als ‘de lijdende vorm’ of ‘passief taalgebruik’:

  • actief: ik lees een webtekst over online teksten;
  • passief: er wordt een webtekst gelezen over online teksten.

Actieve zinnen zijn prettiger om te lezen dan passieve zinnen, omdat ze directer zijn. Je hoeft er als lezer minder bij na te denken: je ziet meteen een beeld voor je. In actieve zinnen komen bovendien mensen voor, en dat zorgt voor levendigheid. Voorkom dus ook bijvoeglijk gebruikte voltooid deelwoorden zoals ‘overeengekomen afspraken’. In verreweg de meeste gevallen leidt een passief geschreven tekst tot een abstract verhaal. Het gevolg is dat je tekst niet tot de verbeelding spreekt en de lezer op afstand blijft. Wil je de lezer meenemen, ergens voor interesseren? Schrijf dan actief.


5. Vragen stellen

illustratie bij schrijftips: hondenriem in de vorm van een vraagteken
© de tekstschrijvers

Met vragen in je tekst voorkom je lange zinsconstructies en betrek je de lezer in je verhaal: hij of zij voelt zich persoonlijk in je schrijfsel getrokken.


6. Opsommingen zorgen voor duidelijkheid

Opsommingen zijn overzichtelijker en worden beter begrepen dan stukken tekst. Maak bijvoorbeeld opsommingen van: 

  • bekende problemen van de doelgroep;
  • oplossingen die je kunt bieden;
  • mogelijke alternatieven;
  • redenen waarom jij dat het best kan.

Een opsomming met vier onderdelen met niet meer dan zes woorden per regel zijn overtuigend en hebben de juiste informatiedichtheid. Er zijn aanwijzingen dat Google opsommingen ook op een positieve manier meeneemt in de ranking.


7. Illustreer belangrijke onderdelen

De meeste schrijftips gaan voorbij aan illustraties, waarschijnlijk logisch maar onterecht. Maak het voor de lezer makkelijker om info op te nemen door aanvullende afbeeldingen. Die afbeeldingen hoeven heus niet exact bij de tekst te passen, het associatievermogen van de lezer zorgt voor een koppeling met de tekst. Kijk dus goed wat je kan illustreren met grafieken, illustraties of foto’s. Google houdt er ook van, één afbeelding verhoogt al je SEO score maar pas wel op… Cartoons zijn grappig maar doen je geloofwaardigheid geen goed. Probeer je tekst te voorzien van gelijksoortige afbeeldingen en gebruik bij voorkeur geen stockfoto’s. Je site wordt op die manier net zo afgezaagd als de muziek van Amélie op een stationspiano. Sterker nog, zoekmachines kennen vanzelfsprekend alle afbeeldingen en beoordelen stockafbeeldingen als niet unieke content. Lekker dan!


Wist je trouwens dat de tekstschrijvers een content-abonnement hebben voor blogs, columns en nieuwsbrieven? Daarmee ben je verzekerd van teksten die er voor je doelgroep toe doen. Niet alleen Google kijkt hoe vaak je iets van betekenis aan je site toevoegt; als het goed is doen je lezers dat ook. Op je site of via sociale media.

Bel je de tekstschrijvers als je het niet meer weet, of mail je ons?

Over de volgorde van klinkers en bijvoeglijk naamwoorden

heerlijke bijvoeglijk naamwoorden
Een brood van de echte bakker

Bric-a-brac, ding-dong, flip-flop, pingpong, spic en span, tiptop, zigzag. Wat valt je op? Inderdaad de klinker opeenvolging verloopt via een patroon: het eerste deel bevat een i en het tweede een a of o. Bij drie woorden is de volgorde i, a, o. Ook bijvoeglijk naamwoorden hebben een vaste opeenvolging.

Bij meer woorden is de volgorde: hoeveelheid, waarde / mening, grootte, temperatuur, leeftijd, vorm, kleur, herkomst, materiaal, doel en daarna een zelfstandig naamwoord. Mijn mooie (waarde / mening) nieuwe (leeftijd) zwarte (kleur) broek (zelfstandig naamwoord). De kleine (grootte) groene (kleur) Afrikaanse (herkomst) edelsteen (zelfstandig naamwoord).

De edelsteen Afrikaanse groene kleine klopt niet. Breng je een verandering aan in deze volgorde klinkt dit zeer vreemd. Ik geloof niet dat we dit op school hebben geleerd. Het gaat vanzelf maar het meest opmerkelijk hieraan is dat deze volgorde ook in andere Indo-Europese talen stand houdt.

Spaarzaam toedienen

Bijvoeglijk naamwoorden hebben een positieve of negatieve connotatie. Omdat we woorden zoals lekker, heerlijk vers en fris met positieve ervaringen associëren, roepen deze woorden automatisch positieve reacties op. Deze bakker – Vedder, de Echte Bakker– weet er wel raad mee: 

“Sinds 1967 mogen wij onze klanten dagelijks laten genieten van heerlijke verse producten, gemaakt met de lekkerste ingrediënten en ambachtelijk vakmanschap. ’s Nachts met de meeste zorg door onze bakkers bereid.”  

Een teveel aan bijvoeglijk naamwoorden maakt een tekst onbetrouwbaar. Als je twijfelt over het gebruik van een adjectief, schap het dan. Weg met gebakken lucht.

Begrijpelijk en geloofwaardig schrijven

illustratie bij Begrijpelijk en geloofwaardig schrijven. Helpt bij het oplossen van al uw problemen.
© de tekstschrijvers (lekker geloofwaardig, dit)

Onderzoek toont een verband aan tussen bepaalde zinsconstructies en de begrijpelijkheid, onthoudbaarheid en de geloofwaardigheid. 

Geloofwaardigheid 

Een goed geschreven artikel benadert een onderwerp vanuit een kenmerkende invalshoek. Optiek en probleemstelling helpen de lezer bij het ontdekken en vasthouden van de rode draad; ook zijn optiek en probleemstelling de instrumenten die de schrijver helpen tijdens het schrijven. Bij een overtuigende (reclame) tekst is natuurlijk ook de geloofwaardigheid belangrijk. Niet makkelijk, omdat eigenbelang vaak al bij voorbaat duidelijk is. 

Geloofwaardigheid hangt van twee zaken af. De deskundigheid van de “zender” (vertegenwoordigt hij bevoegd gezag?) en de belangen. Als de schrijver er zelf belang bij heeft dat de ontvanger hem leest, dan is hij ongeloofwaardig. Reclame en propaganda zijn hierom ongeloofwaardig. Om geloofwaardig te zijn, moet een boodschap voldoen aan twee criteria: 1. de argumentatie moet goed opgebouwd zijn. 2. zinsvormen en taalconstructies moeten geloofwaardig zijn (helder en ondubbelzinnig). 

Begrijpelijkheid 

Een boodschap is begrijpelijk als de ontvanger een vraag over de boodschap onmiddellijk beantwoordt. (Hoe langer het antwoord uit blijft, hoe moeilijker de boodschap.) Een foutief antwoord wijst op een moeilijke boodschap.

Onthoudbaarheid 

Een tekst is onthoudbaar als de lezer na enige tijd een vraag over de boodschap onmiddellijk beantwoordt en het antwoord op de vraag juist is. 

Schema…

TekstkenmerkBegrijpen/onthouden Geloofwaardigheid 
Goede structuurZeer begrijpelijkZeer geloofwaardig
Lange zinnenMax. 3 bijzinnen Max. 17 woorden
Korte zinnenBegrijpelijk Ongeloofwaardig 
Vakjargon Moeilijk te begrijpen1 op 10 woorden
Adjectieven3 is begrijpelijk1 op 10 woorden
NamenBegrijpelijkPositieve invloed
HerhalingBevordert het onthoudenGeloofwaardig
DrogredenenOnbegrijpelijkGeloofwaardig

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Geur en kleur

De schrijvers van gedichten worden dichters genoemd, de schrijvers van liedteksten tekstschrijvers. Dit toon aan dat er verschillen bestaan tussen gedichten en liedteksten. 

Het schrijven van een liedtekst is niet heel veel anders dan het schrijven van een gedicht. Wel is het zo dat een liedtekst is verbonden met het ritme van de muziek en dus kunnen lettergrepen worden verlengd. In tegenstelling tot een gedicht moet alles ook in één keer duidelijk zijn, teruglezen kan niet. Bovendien heb je een vrij strak schema met coupletten en een refrein terwijl de dichter vrij is in z’n vorm. Natuurlijk hoor je ook nog eens de stem van een ander.

Liedjes hoeven niet te rijmen maar door rijm wordt je als luisteraar het lied binnengetrokken doordat elke regel je herinnert aan de vorige. Het zorgt bovendien voor structuur.

Vroeger bestond er geen verschil tussen een liedtekst en een gedicht. Het woord lyriek is afgeleid van het Griekse Lura en dat betekent lier. De Grieken spraken gedichten dan ook niet uit, die zongen ze. 

Het woord Huwelijk in een woordenboek omgeven door een trouwring, liedteksten de tekstschrijver
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik & Jacob, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Geur en kleur

-zij- Jij brengt nooit meer bloemen voor mij mee. Jij brengt nooit meer bloemen voor mij mee.

Vroeger schreef je wel n’s een gedicht, nu is zelfs een woord teveel. We keken naar elkaars gezicht, nu is ‘s nachts je rug mijn deel. Ik weet het, we worden ouder. Ik weet het, alles gaat voorbij. Ik heb nog steeds behoefte aan een schouder, maar jij ligt dan vaak al op je zij.

zij- Je bent altijd moe. -hij- Omdat ik overwerk. –zij- Je gaat naar vrienden toe. -hij- Jij stelt paal en perk. -zij- Je luistert niet. -hij- Omdat je niets te zeggen hebt. -zij- Ik wil dat je me voor vol aanziet!

-hij- Vroeger ging je naar de kapper, vroeger kocht je nieuwe kleren. Nu worden al je kleren krapper, en je wil je benen niet meer scheren. Toch verdraag ik elke marteling, als je na een voorzichtige zoen, je broekrok dat lelijk rot ding, eindelijk weer n’s van je kont wil doen.

-zij- Buitenshuis vertel je in geur en kleur maar thuis doe je je mond niet open. Als ik wat zeg, ben ik een zeur. Ik weet niet hoe dit af moet lopen.

Morgen breng je bloemen voor mij mee. Morgen breng je bloemen voor mij mee. (Op strenge toon.) Morgen… breng je bloemen voor mij mee!

Huis uit

Foto bij songtekst 'huis uit" silhouet van drie mensen op de straat. de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Het moest er eens van komen, na twintig jaar met drie zullen ze morgen met één minder zijn. Lotte gaat elders wonen, nu al plaats voor melancholie en natuurlijk ook een beetje pijn. Ze zegt dat ze het hier goed had, ze zegt dat ze langs zal komen, ook al woont ze in een andere stad. “Heeft ze ook ’t album meegenomen?” Terwijl er bijna tranen stromen is wat vader nog te vragen had.

Lot laat haar kamer achter waarin nooit meer iets veranderd. Moeder zal daar zelf voor zorgen. De laatste uren samen in de kamer. Lot voelde zich hier zeer geborgen, zeker bij wat tegenslag.

Niet dat er zoveel misging, eigenlijk heel weinig, zoals dat hoort in Lelystad. Een verbroken verkering, een val van een brommer nou dan heb je het eigenlijk wel gehad. Voor het raam van haar kamer staat pa met de handen op z’n rug, in de tuin te staren… eenzamer. Hij ziet in gedachten Lotje spelen, terwijl z’n vrouw daar de was ophangt. Dit beeld komt straks vaker dan z’n dochter terug.

Lot laat een kamer achter waarin morgen iets veranderd. Lot heeft d’r spullen opgeborgen. De laatste uren samen in de kamer. Lot gaat voor zichzelf zorgen, en moeder doet aan zelfbeklag.

Tafel

bewogen foto van kopje koffie ter illustratie van gedicht van de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Ritmisch gedicht

Uiteindelijk aan de koffie, zat ze te roeren in haar kop.  Even met zichzelf alleen, terwijl hij op iets anders lette. “Vergeet je dit nooit van je leven?” Vroeg hij net iets te devoot. Ze antwoordde ernstig en verheven. “Werkelijk niet, niet tot mijn dood.”…

Heel de wereldse ellende bestond niet aan die tafel van één bijeen. Plannen werden er gemaakt, verbonden gesloten. Maar toch bleven ze verslagen weer met zichzelf alleen. Waar blijven de dagen waarop alles zo belangrijk scheen?  

Op leeftijd wordt met weerzin aan elke lief het leven uiteen gezet. Kinderen vermeld in een bijzin, terwijl 1 van de 2 op iets anders let. Vreemd zoals de dagen door je handen gleden alsof je nergens acht op sloeg. Toch was je ook toen bezig met (van) alles, waar je belang aan hechtte, waar je voor ging. Soms misschien net wat te vroeg.

Zangfietspad

markering zangfietspad

Dacht dat na de eekhoorntjes oversteekplaats, voorbedrukt WC-papier, afbeeldingen van het koningshuis en Frans Bauer de meest nutteloze zaken zo ongeveer wel over ons uitgestort waren. Hebben ze in Loosduinen een wethouder zangfietspadenzaken! Na de opening van de eerste genderneutrale Gilles de la Tourette WC voor katholieke tuinkabouters geef ik mij op voor die kolonie op Mars.

Een echt verhaal

Zoals je in de muziek akkoordenschema’s hebt waarmee je het overgrote deel van de liedjes kunt ontleden, zo hebben de meeste romans en (korte) verhalen ook overeenkomsten: protagonist wil iets (streven), dat mislukt (conflict), protagonist zoekt alternatief (ontwikkeling).

Twee boeken, een van van het Reve en een van Hermans, in een oude lijmklem van hout. Illustratie bij een kort verhaal waarin deze schrijvers voorkomen.
© de tekstschrijvers

Ik vervolg mijn weg naar huis in de hoop genoeg van de hernieuwde kennismaking met een jeugdvriend te onthouden om er iets van op papier te krijgen. Dat doe ik graag; volgens mij zijn ideeën en verhalen namelijk de enige manier om vat te krijgen op de realiteit. Wat kan de grens tussen werkelijkheid en waan beter scherp stellen dan een verhaal? Maar ‘k loop op de feitloze feiten vooruit…

Door een signeersessie van de Haagse zenuwlijder Aart B. Bocht slenter ik na de ontmoeting, later dan gewoonlijk op een zaterdagmiddag, van mijn werk naar huis. Alina, de waarheid gebiedt het mij te melden, hing als een natte dweil laveloos om de nek van die wild gebarende maniak. Adoreren zulke lui min of meer bekende mensen omdat ze verwachten dat het succes naar ze afstraalt? Het slot klikt met een vertrouwd geluid open, thuis.

Ik geloof trouwens niet dat ik mezelf heb voorgesteld… Mijn naam is Bouwe Valerah, geboren en getogen in het oosten van het land. Ik weet niet veel meer van mijn kleutertijd, maar vanuit de kamer op de eerste verdieping van mijn ouderlijk huis reikte m’n kinderlijke blik vanaf bed over de IJssel en de Heuvelrug, zoveel is zeker. De seizoenen werden er vervolgens jaar na jaar ruimhartig, door de altijd openstaande ramen uitgestrooid. Ik herinner mij vreemd genoeg van mijn eerste jaren voornamelijk geluiden. Dezelfde vogels die bijvoorbeeld met een rollende ‘R’ aan het einde van een hoogmoedige lied de zomer uitluidden, haalden in mijn geheugen, eerder met angstig gepiep de lente binnen. Nog steeds kan ik op bijna elk moment die klanken uit de tuin van mijn jeugd oproepen, om er met bijna hetzelfde gevoel als destijds verinnerlijkt naar te luisteren.

De nagenoeg geruisloze start van mijn verhaal maakte jaren later met iets meer kabaal plaats voor de pubertijd. Alhoewel, een verbroken verkering en een val van een brommer, dan heb je die hele opstandige fase eigenlijk wel gehad. Om een eigen plek in de maatschappij op te eisen verliet ik als adolescent het ouderlijk huis en ging met tegenzin op kamers in een grote stad. Na de Lerarenopleiding Nederlands in Amsterdam kwam ik, na twee jaar in het onderwijs, uiteindelijk bij boekhandel ‘De Koperen Tuin’ want achluofobie maakte voortijdig een einde aan een loopbaan als onderwijzer; orde houden in een klas vol lawaaiige pubers na een angstige nacht is aanzienlijk lastiger dan de dag uitzitten tussen een overdaad aan gestolde eeuwigheid. Ik heb er sinds ik in therapie ben trouwens minder last van, die beduchtheid voor het donker maar nog steeds durf ik minstens drie nachten op zeven niet in slaap te vallen; bang voor alles dat het duister herbergt. 

Enfin, voor een leven tussen de letteren verhuisde ik dus voor een tweede maal, ditmaal naar Middelburg.
Stapels maken in De Koper’n, boeken op alfabet in schappen duwen, bestellingen plaatsen en zorg dragen voor de bezorging. Bovenal lezers van advies voorzien. Het gaat mij makkelijk af, het aan de man brengen van fictie, ik hou ervan.

De arbeidsomstandigheden verbeterden toen twee jaar geleden, het moet in de lente geweest zijn, Alina werd aangenomen. Ze is ouder dan ik ben, midden dertig. Elke ochtend stapt ze met blosjes op haar wangen van de fiets. Daarna fatsoeneert ze in het toilet, naast de afdeling fictie, haar krullen. Als ze vervolgens naar de kassa loopt om rollen muntgeld op de rand van de lade kapot te slaan, veegt ze routineus haar zwart omrande bril schoon aan haar blouse. Elke ochtend hetzelfde ritueel. Wanneer ik, als gevolg van mijn angst na een doorwaakte nacht niet op gang kom, zet ze sterk geurende koffie en knipoogt samenzweerderig tijdens het inschenken. Er ontgaat haar doorgaans weinig.

Over mij is dit voor nu genoeg. Voor ik straks de met angst gevulde leegte intreedt, zou ik graag nog de afwas doen en mijn gammele boekenkast van nieuwe voorraad voorzien. Ik dénk dat ‘k het voor vandaag hier bij laat.

Tussen de bedrijven door worden jij en ik, oude vriend, elke nacht een ietsje ouder. Nieuwe lijnen trekken ongemerkt in onze huid. De groeiende slagschaduw van de tijd brengt ons, als oogleden voor de slaap, dichter bij elkaar. Maar, hoewel het vertrouwde naar mij blijft lonken, moet ik uiteindelijk opnieuw afstand nemen van wat mij bekend voorkomt en overgeven aan wat komen gaat. Het is goed want het is niet anders.

Deuren dicht, gordijnen net ver genoeg sluiten om de nacht buiten te houden maar beslist niet te ver, zodat het licht van de straatlantaarn schaduwen kan tekenen op de vloer. Alsof het huis tussen geknepen oogleden rust zoekt maar de slaap niet definitief wil vatten.

Daar lig ik, starend naar het plafond terwijl min of meer vertrouwde geluiden de slaapkamer vullen. Bij de buren kraakt parket, de wekker tikt, bloed stroomt bonkend door mijn aderen, ik hoor huiverend hoe mij hartslag interfereert met de klok, water door buizen, de wekker tikt, de wekker tikt, buiten start een auto. Ik grijp links en rechts de zijkanten van het bed en hou het onderlaken met gebalde vuisten vast. Wie weet hoeveel later lijken alleen de geluiden veranderd: angst smoort elk tijdsbesef onder mijn deken. Houterig gekraak begeleidt mijn gedachten en een hels kabaal vult de ruimte. Zonder regelmaat worden uiteindelijk ploffende klanken door de stilte geabsorbeerd.

In mijn beleving duurt het uren voor ik van bed durf en de kamerdeur voorzichtig, met het angstzweet op het voorhoofd, een ietsje openduw: boekenkast van de muur, inhoud achteloos door het toeval gesorteerd in wankele stapeltjes, nergens hoger dan drie boeken. Hier en daar een opengeslagen exemplaar.
“Wat is dit in Godsnaam?” Hoor ik. “Ik ben wel wat wendingen gewend maar dit slaat werkelijk alles. Ik was net op weg naar pagina 74 terwijl ik een vaas stond vol te pissen. Tegen wie sta ik hier eigenlijk te praten? Ach, zolang niemand mij hoort kan deze monoloog een wederzijds begrip niet in de weg staan.” Gestommel en het geknisper van omslaande bladzijden. Nauwelijks zichtbaar in een streep duister duwt iemand met zijn hand op de knie zich staande: “Jawel, ik hoor je… Nummeral, heb jij mij dit aangedaan? Ach, je moet weten dat ik toch nooit slaap.” De eerste stem antwoordt, door geschuifel nauwelijks verstaanbaar: “Nummeral, wat is dat voor naam? Je kunt nog beter dood zijn dan Nummeral heten. Nee, de naam is Frits.” In vormloze gedachten haal ik een stoel uit de keuken en plaats die voorzichtig bij de deur van de woonkamer en net nadat ik erop plaats neem, zie ik een een schim naast een flauwe heuvel van boeken zijn rugzak afdoen. “Frits… dat klinkt in weerwil van de situatie alledaags!” De spreker blijkt, nu hij zich in het schijnsel van de lantaarn beweegt, een tamelijk jonge man met een langwerpig bleek gezicht en een daadkrachtige onderkaak, witte tanden die eruitzien of ze de hardste noten kunnen kraken. Daarboven een verbazingwekkend hoog voorhoofd dat de indruk nalaat of al zijn gedachten klaar staan om een uitval te wagen bij de geringste provocatie. Heel zijn statige verschijning lijkt naar begrip voor de hele bedoeling te zoeken, als ik hem hoor zeggen: “Aha… Frits, mijn naam is Alfred. Ik zeg bewust niet dat ik Alfred bén, nee, mijn naam is Alfred.” “Beste Alfred, het is de mededeling die het hem doet, niet de werkelijkheid zoals die zou zijn als de mededeling waar is”.

Terwijl ik stofdeeltjes in het schijnsel van licht zie dansen, is het Alfred die antwoordt:
“Veel mensen houden hun paranoia voor de waarheid, trouwens waarin verschilt de werkelijkheid van een verhaal?” Frits verzucht hoorbaar: “De werkelijkheid herken je aan haar onwaarschijnlijkheid.”

Aart B. Bocht is een anagram voor Bart Chabot. Verder tref je in de slotdialoog romanfiguren van Reve (Frits uit De Avonden) en Hermans (Alfred uit Nooit Meer Slapen). Beide boek titels vullen het onderwerp aan. De achternaam van de schrijver (Valerah) is een anagram voor ‘verhaal’. De bijfiguur haar naam lijkt op alinea, da’s duidelijk.

Het hart blijft een eenzame jager

Vulpen met er haaks onder de dop, zodat er een kruis ontstaat. Illustratie bij een kort verhaal over ouderdom van tekstschrijver Jacob.
© de tekstschrijvers

Ze wil naar buiten. Het vooruitzicht op rust in haar hart is sterker dan een zwak gestel. De wandelingen op de maandagavonden houden haar op de been. Te zeer verknocht aan die straat om ooit nog aan dit verzorgingshuis te kunnen wennen, slaat ze een verkleurde regenjas over haar mantelpak en haastig stopt ze wat grijze lokken onder een vale muts. 

Ze leefde zuinig. Zo was het doel van haar huwelijksreis het ‘drie landen punt’; de viering van haar zilveren bruiloft vond plaats in een wegrestaurant van ‘Van der Valk’, waar de omzet een hoger doel diende dan de tevredenheid van klanten. Iets wat lang aan de goedhartige vrouw kon knagen. Ze begreep dat een ‘Michelinster’ hier misplaatst zou zijn maar voor hun opzij gelegde geld had ze meer elan, of op z’n minst aandacht verwacht. Toch had ze er nooit spijt van dat ze na het verlaten van de huishoudschool de zorg voor haar gezin zwaarder vond wegen dan de mogelijkheid op een etentje in een chique restaurant, een krantenabonnement, een auto of een verre vakantie. Die zorg was namelijk hààr werk. 

In het huis van haar leven waar ze zevenenvijftig jaar elke nacht heeft geslapen, beleefde ze haar gelukkigste momenten wanneer tussen vier en zes, de twee zonen uit school aanschoven en er, als vader kwam eten, drie generaties aan tafel zaten. Herinneringen aan dat geluk kwamen tot verdriet vaker dan haar volwassen kerels terug.

Ook daarom stond ze samen met haar man dagen achtereen gebukt tussen de schuttingen van een keurig onderhouden tuin, waarin azalea’s, klaprozen en tulpen in door witte stenen afgebakende perkjes groeiden, en waar hoog boven zwermen zwaluwen in de nazomer uiteenvielen. 

De winter die daarop volgde bleef ze welbeschouwd met zichzelf alleen. De burenplicht leefde nog wèl, en zo kwam het dat ze tweemaal per week visite kreeg van een vrouw die ze voordien alleen van gezicht kende. Ze kon zich op deze bezoekjes verheugen: ze gaf er meer om dan om een auto of een verre vakantie. 

Diezelfde buurvrouw, uiteraard met d’r onafscheidelijke hoofddoek, nam soms haar leergierige kinderen mee en gebekt als zij waren wisten ze altijd wel iets uit de glazen snoeppot met koraalrode deksel te vissen. Ook bracht ze veel tijd door met het liefdevol schrijven van epistels aan instanties die haar op standaard wijze een voordelige lening aanboden. Juist omdat ze zo zuinig had geleefd prees ze zich in die brieven gelukkig dat dàt niet nodig was. Evengoed liet ze haar dank niet onbetuigd, want goedhartig en dankbaar zou ze een leven lang blijven.

Nu ze een decennium later op aandringen van haar zonen in een verzorgingshuis haar laatste dagen slijt, schuifelt ze met een sleutel om haar dunne hals, elke eerste dag van de week, terug naar de straat waar ze bijna zestig jaar achtereen ’s nachts haar dromen ving. Haar bed staat deze dagen drie kruispunten zuidelijker in de stad, middenin een door de tijd verloederde wijk.

Voorafgaand aan de tochten zit ze langdurig te mijmeren. Bovendien gebeurt het niet zelden dat op zulke momenten een storm achter haar ogen oplaait. Dan komt er weinig meer van de werkelijkheid terecht dan het opwinden van een klok of het blazen van stof van een plank. 

Tijdens haar laatste wandeling op zo’n maandagavond belde ze vermoeid ergens in die doodlopende straat aan. Achter alle ramen waren de gordijnen gesloten. Ze wilde het voortuintje verlaten maar voorzichtig draaide ze zich om. Onverwacht deed er toch -voor haar hoorbaar- uiteindelijk iemand zwijgend open; een sterk licht sloeg vanachter de opengeslagen deur op het tegelpad.  

Er werd tot het einde kortstondig op haar gewacht, eeuwigdurend op haar gerekend.