Doodse stilte | het nut van tekstschrijvers

Tekening van tekstschrijver Jacob die door een snee in het papier kijkt. Illustratie bij artikel "nut van tekstschrijvers".
© de tekstschrijvers

Schrijvers van naam hebben gerenommeerde detectivebureaus ingeschakeld, geleerden hebben z’n uit twee delen bestaande bestseller tot op het bot gefileerd, er is om hem gevochten, gemoord en gebeden. Zijn naam geeft meer dan drie miljard hits. Ooit was er iemand die hem, officieus dat wel, dood heeft verklaard maar een aanwijzing voor zijn bestaan heeft geen mens kunnen vinden.

Net zoals UFO’s nooit boven een woonwijk verschijnen doet de kindervrind van boven ook opmerkelijk goed zijn best om zijn bestaan onopgemerkt voorbij te laten gaan: Ik sla voor het gemak even vanaf de jaartelling wat eeuwen aan rampen over. De pestepidemie van 1663; geen bericht, wereldoorlog 1 & 2; doodse stilte, Tsunami; niemand thuis, Frans Bauer; doet net of ie doof is. Dat is toch op zijn minst opmerkelijk te noemen. In mijn ogen is het nog opmerkelijker dat er mensen zijn die vergiffenis vragen aan dezelfde god waar ze almacht aan toe schrijven. Ik bedoel eigenlijk dat zonder z’n schepselen de schepper niet zou bestaan en zonder verbeelding de schepper niet… dat hij paradoxaal genoeg ons nodig heeft om z’n eigen bestaan te bevestigen.

Onsterfelijk word je natuurlijk pas door het oplettend oog van een ander: zonder Markus, Lucas, Johannes of Mattheus had niemand van de grote goochelaar gehoord. Om wat dan ook te bereiken is er dus een tekstschrijver nodig die oplet.

Dream on (NLP)

Dat Amerika het land van de toekomst is, wordt in een willekeurig gesprek met een al even willekeurige inwoner vlot duidelijk. Er zal je tijdens zo’n conversatie, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, niet worden gevraagd naar je verleden, je ouders, je persoonlijke geschiedenis. Nee, je gesprekspartner met reislustige voorouders is geïnteresseerd in je vooruitzichten, maar bovenal naar de manier waarop je je plannen zo snel mogelijk denkt te kunnen verwezenlijken. Want verwezenlijken kunnen ze, die lui, daar aan de overkant. 

Tijdens extreem naargeestig weer, wil een fragmentje van dat snel verwezenlijkt verschiet zo nu en dan ons continent aandoen. Zo maakten we na een koele straffe wind uit het westen kennis met de jojo, New Age, de hoelahoep, de Wuppie en Neuro-Linguïstisch Programmeren. Onderschat ze niet, die lui, daar aan de overkant; trends zetten kunnen ze.

Dankzij één zo’n flinke storm over een plas water, zaten we jarenlang opgescheept met een Tokkies knuffelende NLP Pipo als Ratelband. Deze snackbarhouder vulde niet alleen z’n patatzakken met voordeel zoekend pseudowetenschappelijk gezever. Neuro-Linguïstisch Programmeren en ‘Landmark Education’ zijn, evenals de Amerikaanse droom, illustratief voor het opportunistische idee dat alles mogelijk is als je er maar in gelooft. Dat die droom voor verreweg het merendeel van de bevolking eindigt in een nachtmerrie, wil natuurlijk niet zeggen dat miljoenen hypotheekverkopers of krantenjongens niet hun best hebben gedaan; een naam als Rupert Murdoch onthouden wij eenvoudigweg omdat hij de uitzondering is en uitzonderingen kweek je niet. Zeker niet door het lezen van boeken van Wayne W. Dyer en Tony Robbins met nietszeggende titels als “Geluk is de weg”, “Willen is kunnen” en “Inspiratie”. 

In die boeken geven deze charlatans in holle retoriek, aangedikt met oneliners, de lezer (vaak kolenspringende, designerbrillen dragende loonstrookstrooiers) het idee dat de mens los staat van zijn omgeving; dat de eigen wil sterker is dan de factoren die van buitenaf op hem inwerken. Elk kind met een warme euro in de knuistjes, staande voor een snoepwinkel, weet dat dit onzin is. En zo zal 150 maal in een overvolle metro roepen dat je net zo slim bent als Einstein, in de toekomst bijzonder weinig aan je IQ of geloofwaardigheid toevoegen.

Laatstgenoemde vluchteling uit het Avondland belandde overigens in 1933 in het land van de Dromen, hoe logisch kunnen dingen zijn? Ik veronderstel dat Albert was overvallen door een vlaag van melancholie en heimwee, toen ie liet optekenen: “Denk niet aan de toekomst, die komt snel genoeg.”

Natuur voor beginners

Begrijp me niet verkeerd, Ik ben allerminst groen. Sterker nog: Ik hou helemaal niet van bomen, struiken of kriebel dieren. 

De natuur is best leuk, maar ik krijg er net als bij kunst vaak dorst bij. Maar goed, de milieu maffia en andere natuur ellendelingen hebben me een schuldgevoel aan weten te praten. Nu ik in m’n leven een dikke drie hectare bebossing aan vliegvakanties heb weg gedampt, er in m’n overjarige Peugeot nog een flink park aan uitlaatgassen letterlijk achteraan heb weten te sturen, heb ik besloten eens wat voor de natuur terug te doen.

Het spinnetje dat ik voordien in het afvoerputje spoelde, hijs ik er nu aan een paar pootjes dus weer uit. Ik trek trouwens ook geen soep meer van jonge hertjes. Nee, tegenwoordig zie ik nog liever een leperapatient creperen, een aids gevalletje sterven dan een zeehondje te moeten aanschouwen met een staartje dat niet meer kwispelt van plezier! Vond ik vorige week vegetariërs, veganisten en vaginisten nog de meest humorloze bevolkingsgroepen sinds de uitvinding van de biefstuk, nu ben ik voor stemrecht voor dieren.

Om mijn nieuwe levenshouding kracht bij te zetten fietste ik naar het dichtstbijzijnde tuincentrum en keerde met 10 kilo verse tuinaarde en 7 zakjes plantenzaad huiswaarts, om vervolgens weer terug te trappen naar dat Euro’s verslindende groen reservaat: die aarde moet natuurlijk wel ergens in. Enfin, plantenbakken gevuld met aarde, er kuilen in geduwd en de zaad zakjes met verpakking en al in die gaten geflikkerd; de natuur moet er natuurlijk zelf òòk wat voor over hebben. 

Na drie weken elke ochtend met een kop koffie in mijn hand de onderaardse zaad massa bemoedigend te hebben toegeroepen, nog steeds niets. Te beroerd om zich door het plastic naar het aardoppervlak te wringen. Geeft niks, ik ben vergevingsgezind.

Ik weet ook wel dat de natuur niets doet zonder doel. Het zal het seizoen niet zijn, verkeerde aarde, te veel of te weinig water. Mijn nicotine gebruinde vingers stralen herfst uit, groen zullen ze nooit worden.

Dideri don’t

Aan elk waardeerbaar resultaat gaat oefening vooraf. Hoe hoger de moeilijkheidsgraad van een kunstuiting, hoe groter mijn erkenning. De eerste niet de beste holbewoner in een verkeerd lichaam die (onderwijl het straatbeeld ontsierend) op een door termieten uitgeholde dode tak een liedje van een kwartier, bestaande uit welgeteld één toon weet te persen, hoeft zich uit MIJN portemonnee niet rijk te rekenen. Kan toch al slecht tegen types die hun haar niet meer wassen omdat ze zich in een andere cultuur beter begrepen voelen. Zulke fanatici zijn vaak twijfelaars die een beslissing hebben genomen en melodie, ritme, dynamiek, spanningsopbouw en harmonie maar zaken vinden voor een veel te materialistische samenleving. 

Hoorde, op een verkeerd feestje, een trotse bezitter van zo’n natuurlijke pvc buis uitleggen dat er veel mogelijk is op zo’n dideri-dinges. Die ongevraagde toelichting maakte me gelijk argwanend: ik heb een pianist nog nooit naar z’n instrument zien wijzen terwijl hij vertelde dat je nog eens op zou kijken als je zou horen hoeveel noten je dáár uit krijgt.

Net zoals de hele alternatieve geneeswijze bestaat uit het onderkennen van het feit dat er voor vage klachten vage therapieën nodig zijn, zo is de fluitbuis de viool voor half dove lieden bij wie het gebrek aan muzikaliteit nóóit meer te genezen valt.

Niet te geloven (sterrenbeelden)

Heb enkele vriendinnen die zich ontpoppen tot dolende veertigers en ondertussen met steeds meer overtuiging de dierenriem om hun psychische tailles spannen om zo het verloop der dingen enigszins te kunnen behappen.  Van vriendinnen kan ik het nog nèt hebben.

Anders wordt het met die in veel te wijde jurken opererende kruidenbundeltjes die bij tijd en wijlen mijn pad kruisen en met kirrende stem vragen wat voor sterrenbeeld ik ben. Meestal stuur ik ze het bos in met een variant op de meest bekende Zodiak, bijvoorbeeld de Keltische Boom Horoscoop en roep naar zo’n zweefteefje al naar gelang mijn stemming van die avond dat ik een Iep ben, een Pijnboom, een Treurwilg of een hardhouten Hazelaar. Wat beteuterd kijkt zo’n Rooibos type vervolgens naar haar kralenketting en zoekt in haar geheugen naar de Keltische Boom-Horoscoop-Omrekentabel om daarna met de blik van Wikkie de Viking uit te roepen: “Je bent een Stier! Ik wist het; je bent een Stier!” 

Zo’n avond kan lang duren maar met elke gok komt toch het goede teken uiteindelijk dichterbij. Vaak compleet met ‘antecedenten’ of hoe die rommelpraterij een aanvullende hoeveelheid nonsens ook noemen mag. Een enkele keer als zo’n exemplaar bijvoorbeeld niet te veel naar wierook stinkt, neem ik de moeite om te vragen of horoscopen ook voor dieren gelden. En als dat met een beetje sturing (“deze krachten kunnen de dieren toch niet uitzonderen.”) zo blijkt te zijn, vraag ik ze hoe het dan zit als een bepaald mens bijvoorbeeld een waterman is maar een vlo heeft die stier is en wegens zijn slechte constellatie in een rivier verdrinkt. Verdrinkt die man dan ook ondanks zijn positieve vooruitzichten voor die maand? De laatste keer dat ik dat verhaal ophing gokte mijn yoga gespreksgenote in de roos: “Typisch steenbok, om niet in sterrenbeelden te geloven!”

Copywriter versus tekstschrijver, hoe zit dat?

Vrijheidsbeeld op een verkeersplein in Frankrijk, illustratie bij copywriter versus tekstschrijver.
© de tekstschrijvers – Geografische misvatting –

Via het succes van onder andere Coca-Cola, IBM, Microsoft en Apple vliegen Engelse termen het land binnen; probeer maar eens manager te vinden die begrijpelijk Nederlands spreekt. Dat het Engels via marketing (en dus reclame) het Nederlands beduimeld is zo bezien niet vreemd, maar inhoudelijk zijn er zo ook verschillen tussen termen als “tekstschrijver” en “copywriter” ontstaan. Copywriter versus tekstschrijver.

Copywriter

Een copywriter zal eerder conceptmatig werken, eventueel in samenspraak met de artdirector van een reclamebureau. Een copywriter zal ook wat losser denken en zal in marketingteksten, waar nodig afwijken van de schrijfregels. Een tekstschrijver is wellicht meer een taalpurist en zal met gevoel voor stijl neutrale teksten schrijven, teksten helder en logisch opbouwen en waar mogelijk objectief informeren. 

Zowel de tekstschrijver als de copywriter zijn ieder op hun manier intensief met taal bezig; persoonlijk verkeer ik in de veronderstelling dat een echt goede tekst kenmerken van beide herbergt.

Opwarming van de aarde begint bij jezelf

Hier staat de thermostaat op zesentwintig, de ramen wagenwijd open gezwiept. Omdat de lucifers kwijt zijn, staan (met een geleende aansteker aangestoken) vier pitten gas, vierentwintig uur per etmaal te dansen en in de kamer waar ik bijna nooit kom is continu het licht aan want ik haat het om, wanneer spontaan een idee op borrelt, in m’n vlugge zoektocht naar een potlood eerst nog het licht aan te moeten doen.

In deze nogal tropische omgeving is het goed toeven voor dieren van mediterrane aard; wat dagen geleden dus vijf Podenco’s aangeschaft die, zoals het windhonden betaamt, als door de duivel bezeten door het huis razen.

Zo even in een geleende oude diesel een kilo knalvlees en twee papegaaien halen, want voor je het weet krijg je trek en al die pitten staan zich niet voor niets heet te dansen.