Geur en kleur

De schrijvers van gedichten worden dichters genoemd, de schrijvers van liedteksten tekstschrijvers. Dit toon aan dat er verschillen bestaan tussen gedichten en liedteksten. 

Het schrijven van een liedtekst is niet heel veel anders dan het schrijven van een gedicht. Wel is het zo dat een liedtekst is verbonden met het ritme van de muziek en dus kunnen lettergrepen worden verlengd. In tegenstelling tot een gedicht moet alles ook in één keer duidelijk zijn, teruglezen kan niet. Bovendien heb je een vrij strak schema met coupletten en een refrein terwijl de dichter vrij is in z’n vorm. Natuurlijk hoor je ook nog eens de stem van een ander.

Liedjes hoeven niet te rijmen maar door rijm wordt je als luisteraar het lied binnengetrokken doordat elke regel je herinnert aan de vorige. Het zorgt bovendien voor structuur.

Vroeger bestond er geen verschil tussen een liedtekst en een gedicht. Het woord lyriek is afgeleid van het Griekse Lura en dat betekent lier. De Grieken spraken gedichten dan ook niet uit, die zongen ze. 

Het woord Huwelijk in een woordenboek omgeven door een trouwring, liedteksten de tekstschrijver
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik & Jacob, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Geur en kleur

-zij- Jij brengt nooit meer bloemen voor mij mee. Jij brengt nooit meer bloemen voor mij mee.

Vroeger schreef je wel n’s een gedicht, nu is zelfs een woord teveel. We keken naar elkaars gezicht, nu is ‘s nachts je rug mijn deel. Ik weet het, we worden ouder. Ik weet het, alles gaat voorbij. Ik heb nog steeds behoefte aan een schouder, maar jij ligt dan vaak al op je zij.

zij- Je bent altijd moe. -hij- Omdat ik overwerk. –zij- Je gaat naar vrienden toe. -hij- Jij stelt paal en perk. -zij- Je luistert niet. -hij- Omdat je niets te zeggen hebt. -zij- Ik wil dat je me voor vol aanziet!

-hij- Vroeger ging je naar de kapper, vroeger kocht je nieuwe kleren. Nu worden al je kleren krapper, en je wil je benen niet meer scheren. Toch verdraag ik elke marteling, als je na een voorzichtige zoen, je broekrok dat lelijk rot ding, eindelijk weer n’s van je kont wil doen.

-zij- Buitenshuis vertel je in geur en kleur maar thuis doe je je mond niet open. Als ik wat zeg, ben ik een zeur. Ik weet niet hoe dit af moet lopen.

Morgen breng je bloemen voor mij mee. Morgen breng je bloemen voor mij mee. (Op strenge toon.) Morgen… breng je bloemen voor mij mee!

Huis uit

Foto bij songtekst 'huis uit" silhouet van drie mensen op de straat. de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Het moest er eens van komen, na twintig jaar met drie zullen ze morgen met één minder zijn. Lotte gaat elders wonen, nu al plaats voor melancholie en natuurlijk ook een beetje pijn. Ze zegt dat ze het hier goed had, ze zegt dat ze langs zal komen, ook al woont ze in een andere stad. “Heeft ze ook ’t album meegenomen?” Terwijl er bijna tranen stromen is wat vader nog te vragen had.

Lot laat haar kamer achter waarin nooit meer iets veranderd. Moeder zal daar zelf voor zorgen. De laatste uren samen in de kamer. Lot voelde zich hier zeer geborgen, zeker bij wat tegenslag.

Niet dat er zoveel misging, eigenlijk heel weinig, zoals dat hoort in Lelystad. Een verbroken verkering, een val van een brommer nou dan heb je het eigenlijk wel gehad. Voor het raam van haar kamer staat pa met de handen op z’n rug, in de tuin te staren… eenzamer. Hij ziet in gedachten Lotje spelen, terwijl z’n vrouw daar de was ophangt. Dit beeld komt straks vaker dan z’n dochter terug.

Lot laat een kamer achter waarin morgen iets veranderd. Lot heeft d’r spullen opgeborgen. De laatste uren samen in de kamer. Lot gaat voor zichzelf zorgen, en moeder doet aan zelfbeklag.

Tafel

bewogen foto van kopje koffie ter illustratie van gedicht van de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers
Zang: Karin Camerik, tekst & muziek: de tekstschrijvers 

Ritmisch gedicht

Uiteindelijk aan de koffie, zat ze te roeren in haar kop.  Even met zichzelf alleen, terwijl hij op iets anders lette. “Vergeet je dit nooit van je leven?” Vroeg hij net iets te devoot. Ze antwoordde ernstig en verheven. “Werkelijk niet, niet tot mijn dood.”…

Heel de wereldse ellende bestond niet aan die tafel van één bijeen. Plannen werden er gemaakt, verbonden gesloten. Maar toch bleven ze verslagen weer met zichzelf alleen. Waar blijven de dagen waarop alles zo belangrijk scheen?  

Op leeftijd wordt met weerzin aan elke lief het leven uiteen gezet. Kinderen vermeld in een bijzin, terwijl 1 van de 2 op iets anders let. Vreemd zoals de dagen door je handen gleden alsof je nergens acht op sloeg. Toch was je ook toen bezig met (van) alles, waar je belang aan hechtte, waar je voor ging. Soms misschien net wat te vroeg.