Natuur voor beginners

Begrijp me niet verkeerd, Ik ben allerminst groen. Sterker nog: Ik hou helemaal niet van bomen, struiken of kriebel dieren. 

De natuur is best leuk, maar ik krijg er net als bij kunst vaak dorst bij. Maar goed, de milieu maffia en andere natuur ellendelingen hebben me een schuldgevoel aan weten te praten. Nu ik in m’n leven een dikke drie hectare bebossing aan vliegvakanties heb weg gedampt, er in m’n overjarige Peugeot nog een flink park aan uitlaatgassen letterlijk achteraan heb weten te sturen, heb ik besloten eens wat voor de natuur terug te doen. Het spinnetje dat ik voordien in het afvoerputje spoelde, hijs ik er nu aan een paar pootjes dus weer uit. Ik trek trouwens ook geen soep meer van jonge hertjes. Nee, tegenwoordig zie ik nog liever een leperapatient creperen, een aids gevalletje sterven dan een zeehondje te moeten aanschouwen met een staartje dat niet meer kwispelt van plezier! Vond ik vorige week vegetariërs, veganisten en vaginisten nog de meest humorloze bevolkingsgroepen sinds de uitvinding van de biefstuk, nu ben ik voor stemrecht voor dieren.

Om mijn nieuwe levenshouding kracht bij te zetten fietste ik naar het dichtstbijzijnde tuincentrum en keerde met 10 kilo verse tuinaarde en 7 zakjes plantenzaad huiswaarts, om vervolgens weer terug te trappen naar dat Euro’s verslindende groen reservaat: die aarde moet natuurlijk wel ergens in. Enfin, plantenbakken gevuld met aarde, er kuilen in geduwd en de zaad zakjes met verpakking en al in die gaten geflikkerd; de natuur moet er natuurlijk zelf òòk wat voor over hebben. 

Na drie weken elke ochtend met een kop koffie in mijn hand de onderaardse zaad massa bemoedigend te hebben toegeroepen, nog steeds niets. Te beroerd om zich door het plastic naar het aardoppervlak te wringen. Geeft niks, ik ben vergevingsgezind.

Ik weet ook wel dat de natuur niets doet zonder doel. Het zal het seizoen niet zijn, verkeerde aarde, te veel of te weinig water. Mijn nicotine gebruinde vingers stralen herfst uit, groen zullen ze nooit worden.

Dideri don’t

Aan elk waardeerbaar resultaat gaat oefening vooraf. Hoe hoger de moeilijkheidsgraad van een kunstuiting, hoe groter mijn erkenning. De eerste niet de beste holbewoner in een verkeerd lichaam die (onderwijl het straatbeeld ontsierend) op een door termieten uitgeholde dode tak een liedje van een kwartier, bestaande uit welgeteld één toon weet te persen, hoeft zich uit MIJN portemonnee niet rijk te rekenen. Kan toch al slecht tegen types die hun haar niet meer wassen omdat ze zich in een andere cultuur beter begrepen voelen. Zulke fanatici zijn vaak twijfelaars die een beslissing hebben genomen en melodie, ritme, dynamiek, spanningsopbouw en harmonie maar zaken vinden voor een veel te materialistische samenleving. 

Hoorde, op een verkeerd feestje, een trotse bezitter van zo’n natuurlijke pvc buis uitleggen dat er veel mogelijk is op zo’n dideri-dinges. Die ongevraagde toelichting maakte me gelijk argwanend: ik heb een pianist nog nooit naar z’n instrument zien wijzen terwijl hij vertelde dat je nog eens op zou kijken als je zou horen hoeveel noten je dáár uit krijgt.

Net zoals de hele alternatieve geneeswijze bestaat uit het onderkennen van het feit dat er voor vage klachten vage therapieën nodig zijn, zo is de fluitbuis de viool voor half dove lieden bij wie het gebrek aan muzikaliteit nóóit meer te genezen valt.

Niet te geloven (sterrenbeelden)

Heb enkele vriendinnen die zich ontpoppen tot dolende veertigers en ondertussen met steeds meer overtuiging de dierenriem om hun psychische tailles spannen om zo het verloop der dingen enigszins te kunnen behappen.  Van vriendinnen kan ik het nog nèt hebben.

Anders wordt het met die in veel te wijde jurken opererende kruidenbundeltjes die bij tijd en wijlen mijn pad kruisen en met kirrende stem vragen wat voor sterrenbeeld ik ben. Meestal stuur ik ze het bos in met een variant op de meest bekende Zodiak, bijvoorbeeld de Keltische Boom Horoscoop en roep naar zo’n zweefteefje al naar gelang mijn stemming van die avond dat ik een Iep ben, een Pijnboom, een Treurwilg of een hardhouten Hazelaar. Wat beteuterd kijkt zo’n Rooibos type vervolgens naar haar kralenketting en zoekt in haar geheugen naar de Keltische Boom-Horoscoop-Omrekentabel om daarna met de blik van Wikkie de Viking uit te roepen: “Je bent een Stier! Ik wist het; je bent een Stier!” 

Zo’n avond kan lang duren maar met elke gok komt toch het goede teken uiteindelijk dichterbij. Vaak compleet met ‘antecedenten’ of hoe die rommelpraterij een aanvullende hoeveelheid nonsens ook noemen mag. Een enkele keer als zo’n exemplaar bijvoorbeeld niet te veel naar wierook stinkt, neem ik de moeite om te vragen of horoscopen ook voor dieren gelden. En als dat met een beetje sturing (“deze krachten kunnen de dieren toch niet uitzonderen.”) zo blijkt te zijn, vraag ik ze hoe het dan zit als een bepaald mens bijvoorbeeld een waterman is maar een vlo heeft die stier is en wegens zijn slechte constellatie in een rivier verdrinkt. Verdrinkt die man dan ook ondanks zijn positieve vooruitzichten voor die maand? De laatste keer dat ik dat verhaal ophing gokte mijn yoga gespreksgenote in de roos: “Typisch steenbok, om niet in sterrenbeelden te geloven!”