column

Column Geschiedenis | Columns Kunst | Column Maatschappelijk


Een column is meestal opgedeeld in kolommen, vandaar het woord ‘column’. Geef ons een onderwerp en we fantaseren schrijven erop los. Een column schrijven doen we bijzonder graag, hebben we daarom ook vaak gedaan. Lekker een mening door de strot van de argeloze lezer duwen. Wat voorbeelden.


Column | Mao, geel en blauw

Schilderij met een groot rood vlak en kleine randjes; een blauw randje links en een geel randje rechts. Hoort bij een column over kunst
Fotograaf onbekend

Na de popularisering van de fotografie werd de noodzaak om figuratief te schilderen minder groot. Waarom jarenlang studeren, ploeteren en oefenen als je je omgeving ook kunt vereeuwigen door een enkele neerwaartse beweging van de wijsvinger? Bovendien begon omstreeks dezelfde tijd ergens in Wenen een man met baard, alsof het leven nog niet treurig genoeg was, het onderbewustzijn te ontdekken. Hier hebben we gelijk de twee voornaamste redenen waarom Kandinsky één van zijn schilderijen op z’n kop hing om zo de abstracte schilderkunst uit te vinden. Aboriginals schilderen trouwens al duizenden jaren abstract, maar deze terzijde is logisch; die lui komen in de muziek ook niet veel verder dan wat eentonig uitademen in een bovenmaatse fluit. Van hen valt redelijkerwijs dus ook niet te verwachten dat ze zonder hulp een fototoestel in elkaar freubelen. 

Nee, Kandisky en Freud zijn er schuldig aan dat elke ongeschoren aap, of huisvrouw in de overgang met teveel vrije tijd, na een cursus zelfexpressie iets op een doek weet te mikken en daar zomaar… vanuit het onderbewuste ‘een stukje gevoel’ in stopt. Dat die vlekken zooi bewondering kan oogsten zegt iets over de omgeving waarin zo’n Orang-oetan of huisvrouw verkeert. Visueel analfabetisme valt binnen die kringen overigens nog te begrijpen. Anders is het als die troep een museum wordt binnengesleept.  

En dames en heren, geloof het of niet, dat gebeurt! Het werk van kleurenblinde voetschilders als Corneille, Constant en Appel werd in de jaren vijftig door toenmalig directeur Sandberg het Stedelijk Museum in gesmokkeld. Pruts doeken van dezelfde Karel Appel, die zich naar eigen zeggen liet inspireren door tekeningen van geestelijk gehandicapten. Kijk, zoiets betekent toch wel het een en ander. Het ambachtelijk vermogen om in Rembrandt zijn aandrift te vinden bezat die Barbaar blijkbaar niet. Als commentaar op heersende opvattingen kan ik een enkel schilderij van een CoBrA lid, of een beeld van een minimalist als Judd weliswaar nog wel waarderen. Maar een heel oeuvre is mij als statement teveel. 

De opvolger van Sandberg kon er ook wat van. Edy de Wilde (Nomen est omen) kocht onder andere voor hetzelfde hoofdstedelijk museum een uit drie kleuren bestaand schilderij van twee meter zeventig bij zes meter: Barret Newman zijn ‘Who is afraid of red yellow and blue’. Dat het abstracte schilderij behoorlijk interactief kan zijn bewees Gerard Jan van Bladel. Gewapend met een Stanleymes overwon hij ergens in de jaren tachtig zijn angst en beantwoordde op een snedige manier de door de schilder opgeworpen vraag; van Bladel bleek niet bang. 

Dit commentaar had men in mijn ogen nooit moeten laten restaureren. Het staat symbool voor de dialoog die een abstract werkende schilder met zijn publiek aangaat en dat publiek met een mond vol knarsende tanden tot gevraagde vervolmaking aanzet.      

Abstracte schilderijen zijn, net als bijvoorbeeld punk liedjes, geslaagde pogingen tot het socialiseren van een kunstvorm. Hierbij wordt vergeten dat kunst per definitie elitair is; als iedereen inclusief baardaap, Appel en huisvrouw tot het vervaardigen ervan in staat is, is het namelijk geen kunst meer. 


Column | Getver, van Gogh

Afzichtelijk, spuuglelijk schilderij van van Gogh. Niet om aan te zien. Illustratie bij column
Fotograaf onbekend

Een half jaar na de zelfmoord van Vincent in 1890 overleed zijn broer Theo waarna zijn handige vrouw, Jo van Gogh-Bonger, ervoor zorgde dat de 900 brieven die Vincent aan haar man schreef werden uitgegeven. Zo kregen de schilderijen voor eens en voor altijd een dramatische context; deze zet droeg enorm bij aan de bekendheid van de waarschijnlijk aan borderline ten onder gegane amateuristische schilder. De schilderijen zelf werden als waardeloos beschouwd. Vincent had door de toelage van zijn broer overigens meer te besteden dan een leraar aan een middelbare school in die tijd. Niks armlastige kunstenaar.

Helene Kröller-Müller bezat de grootste privé kunstcollectie van Europa en het feit dat ze het door Jo van Gogh-Bonger vrijgekomen werk van Vincent van Gogh hierin opnam droeg bij aan de bekendheid en de waarde. Op aandringen van de Haagse kunstonderwijzer Bremmer, die de eerder genoemde brieven had gelezen, kocht Helene namelijk in totaal 87 schilderijen van van Gogh. Het kwam voor dat ze binnen een tijdsbestek van drie dagen met 15 schilderijen van Vincent thuiskwam. Een deel van de van Gogh’s stuurde ze, met de in het Engels vertaalde brieven, op een zorgvuldig uitgestippelde tournee door Amerika waardoor zijn naam wereldwijd bekend werd. Tijdens de crisis is de jaren 20 werd haar verzameling aan het rijk overgedaan en trof z’n uiteindelijk bestemming in het Kröller-Müller museum. In 1962 deden de nazaten van Jo van Gogh-Bonger hetzelfde en verkochten hun collectie voor 15 miljoen gulden aan de Nederlandse staat; die schilderijen vormen de basis voor het van Gogh museum. Marketing loont.

Vincent van Gogh woonde een tijd in de Hofstad en kreeg van zijn in kunst handelende Amsterdamse oom opdracht om 12 goed verkoopbare stadsgezichten van Den Haag te schilderen: oom Cornelis was met het resultaat allerminst tevreden. Gedurende die periode had Vincent een relatie met een prostituee; daarmee gaf hij blijk ineens wél economisch inzicht te hebben.

Aan de hand van de tekening bij dit stukje die Vincent in Den Haag heeft gemaakt kan je stellen dat elementaire kennis van perspectief niet tot hem is doorgedrongen, alle figuren maken bovendien een hoekige indruk omdat de menselijke anatomie hem volslagen vreemd was. Kijk bijvoorbeeld naar de hangende arm van het meest linker figuur. Onderlinge verhoudingen zijn ook ver te zoeken, vergelijk maar eens de reusachtige “uitgewerkte” schepper links van het gat met z’n miniatuur collega (zonder schep!) rechts ervan. Door het ontbreken van schaduw lijken de figuurtjes ook nog eens te zweven. Vincent is niet voor niets met een smoel vol rottende tanden in record tempo van de academie in Antwerpen geflikkerd en gevlucht naar Frankrijk.

De bijdrage van van Gogh aan de kunstgeschiedenis is mijn inziens, behalve de niet aflatende ijver en gevoel voor marketing van Jo van Gogh-Boger en Helene-Kröller-Müller plus zijn dagboekbrieven, waarschijnlijk toe te schrijven aan zijn kleurgebruik (veelal direct uit de tube, mengen is voor prof’s) en de manier waarop de kwast zich op het doek beweegt. Daarvan zijn rond de tijd waarin Vincent van G. schilderde sterkere voorbeelden: William Turner, Paul Serusier, Alfred Sisley … 
Het plaatsen van een product in een vooraf nauwkeurig bepaald traject is blijkbaar essentieel voor de, nadien toegevoegde, waarde.


Column in Krant voor minima | 10 miljoen

Een kasteel in de mist, met op de voorgrond een boom. nog een illustratie bij een column
© de tekstschrijvers

Heb vannacht bedacht wat ik met 10 miljoen zou doen. Het moet vreemd lopen als je van een halve ton rente per jaar niet bij tijd en wijle een dreadlocks dragende kunstenaar van zijn knoei zooi af kan helpen om die impulsieve aankoop vervolgens te vieren in 5-sterren hotel, een paar straten van mijn woning. Mocht ik in dat hotel niet prettig aan een suite geholpen worden, koop ik het dezelfde avond, ontsla ’t personeel en ga met het schilderij onder mijn arm op een witte olifant alsnog naar huis.

Zou mezelf met zo’n smak geld ook een plaats bezorgen binnen de grootste regeringspartij, moet kunnen. Daar trek ik 1 miljoen voor uit. Zodra dat geregeld is dien ik een wetsvoorstel in dat de burka verplicht stelt voor mannen in een spijkerbroek met bandplooi en vrouwen in een strakke trainingsbroek. Overtredende rondvaartboten in een legging worden voortaan door dienders op de rug getikt met de simpele mededeling: “Mag niet van Troost”. Nu ik toch in de Tweede Kamer zit verhoog ik de BTW op vegetarische producten met 100%. Dat die herbivoren-onbespoten-fruitvliegen langer willen leven prima, maar niet van onze centen. Oh ja, accijns op alcohol en tabak worden afgeschaft; zwervers die te arm zijn om te zuipen worden wekelijks van drank voorzien door de naar mij vernoemde Troost-bussen, die rijden (per provincie 3 stuks, met uitzondering van Flevoland) langs alle NS-stations en delen, in emmers, de beste Cognac uit die er te krijgen is.

Straatmuzikanten moeten een vergunning kunnen overleggen die ze verkrijgen na geballoteerd te zijn door een commissie waar ik vanzelfsprekend voorzitter van ben. Het eerste vioolconcert van Bruch (mooie jurk) dient van bladmuziek te kunnen worden gespeeld, zo niet wordt het instrument gevorderd door de gemeente. Zodra de verrekte amateur in kwestie er wel toe in staat is, kan het op het gemeentehuis worden teruggehaald.

Je begrijpt dat mijn aandachtspunt voornamelijk de openbare ruimte betreft, vandaar ook mijn bindend wetsvoorstel dat bakfietsen waarin kinderen worden vervoerd met de volgende namen (niet alfabetisch) : Fleur, Merel, Parel, Tristan, Isolde, Storm, Regen en Wind op kosten van de eigenaar moeten worden voorzien van een diesel-motor van voor 1950, zo niet: vorderen die handel! Ook komt er meer en scherper toezicht op kunst in de openbare ruimte. Aspiranten “kunstenaars” worden verplicht een vaardigheidstest af te leggen. De resultaten worden vanzelfsprekend beoordeeld door een commissie die deze keer slechts bestaat uit mijzelf. Tot slot van mijn eerste werkweek (hiervoor zal overleg plaatsvinden met de staatssecretaris van mediazaken) komt er een verbod op televisie uitzendingen met: Jinek, Mart Smeets, Jeroen Krabbe, Peter de Vries, Patricia Paay, Marc-Marie Huijbregts, Matthijs van Nieuwkerk, Heleen van Royen, Humberto Tan, Dolf Jansen, en Albert Verlinde. Deze lui zijn gevaarlijker voor de volksgezondheid dan roken, zuipen, TBC en de gekke koeienziekte bij elkaar.

Heb eigenlijk geen stringent omkaderde wensen en ook geen tien miljoen, hoeft ook niet. Ga overigens aan geen enkel verlangen ten onder, of het moet zijn dat ik verlang te weten waarop ik mijn dagelijkse handelingen, plannen, overwegingen etc. anders afstel dan op een vaag omlijnde, niet te duiden hoop waarvan ik het doel niet ken. Geld zal dit niet veranderen.


Logo van Staatsloterij: niet aan meedoen volgens de tekstschrijvers

Het logo van de Staatsloterij laat niets aan duidelijkheid & ironie te wensen over: de grote vis uit het beeldmerk van de grootste en oudste loterij van Nederland (begonnen in 1726) is niet voor niets Oranje. Deze veelvraat vertegenwoordigt duidelijk de Staat der Nederlanden die de centjes van het kleine blauwe visje, de burger, opslokt. Je moet maar durven! Dat dit niet het enige gok gerelateerde instituut is waar de overheid zich van bedient om bijvoorbeeld de salarissen van de in een uniform gehesen bonnetjes schrijvers te financieren mag duidelijk zijn.

Het Holland Casino is dan ook een zo mogelijk nog kwalijkere instelling; temeer omdat volgens Jellinek gokspelen waarbij er een korte tijd ligt tussen inzet en uitkomst verslavend zijn; casino’s en verrotte fruitmachines dus, waarbij er slechts enkele hardslagen liggen tussen de zuur verdiende inzet en de aanvraag voor een bijstandsuitkering.

Mocht je onverhoopt toch met een aardig kapitaal het casino uit stappen, is er voor de anders zo betuttelende overheid nog niet zo veel aan de hand. De fiscus zal je aan het einde van dat jaar met een onrustbarende glimlach op de schouders tikken en je vriendelijk doch dringend verzoeken 29% kansspelbelasting af te dragen. Voor uit kansspellen gewonnen muntjes op het internet geldt een tarief van 40%. (*1)

Extreem kleine kansen verhouden zich soms op een wonderlijke wijze tot elkaar: 

Toen ze tijdens de trekking van de maand met een zak chips op schroot d’r gekochte lot vergeleek met de cijfers op televisie, vertrouwde ze haar eigen ogen niet. Pas nadat het bedrag op haar bankrekening stond, begon het besef dat ze de hoofdprijs had gewonnen door te dringen.

Dezelfde avond op loop afstand onder hetzelfde gesternte:

Een avondwandeling op een verzengend hete dag, niet ver van de camping begon naargeestige trekken te vertonen. De lucht betrok en het gerommel dat net nog vanuit de verte hoorbaar was, kwam sneller dichterbij dan hij had verwacht. Hij vroeg zich af wat tijdens onweer het verstandigste was; zichzelf plat maken of fysiek zo min mogelijk contact hebben met de grond. Een ontzagwekkende dreun verstomde z’n overpeinzing en de flits die er aan voorafging deed z’n gedachten letterlijk in rook opgaan.    

Deze twee voorvallen liggen cijfermatig dichterbij elkaar dan je zou vermoeden. Gemiddeld worden er per maand 3 miljoen Staatsloten verkocht. (*2) De kans dat de hoofdprijs op het door jou aangeschafte lot valt is dus 0,00003% 

Jaarlijks overlijden er in Nederland gemiddeld 5 mensen door een ongewenst treffen met de bliksem. (*3)

Dat is een kans van 5 op 16.300 000 en dat is… Dat is… Verdomme OOK 0,00003%!

(*Bronnen: 1: Belastingdienst, 2: Staatsloterij, 3: Wikipedia.)


Columnpje | Van welke kant moet je komen om weg te gaan?

Paleis Noordeinde in Den Haag met een standbeeld van Willem van Oranje te paard. Een wat saai foto maar een leuke illustratie bij deze column
© de tekstschrijvers

Het is vreemd dat het standbeeld van Willem van Oranje met paard en al naar paleis Noordeinde lijkt te bewegen, het suggereert huiselijkheid. Allereerst heeft hij nooit in Den Haag gewoond maar in Dillenburg (Duitsland), Brussel, Breda en Delft. Voorts was het allerminst een huiselijk type; de keren dat Willempie al in de buurt van huis en haard kon worden aangetroffen was hij te vinden op een vrouw: de stamvader van Oranje heeft als vader van 16 kinderen (bij 5 vrouwen) zo’n beetje zijn eigen onderdanen bij elkaar liggen stuiteren. 

Om onderdanen gevangen te zetten, te dreigen met geweld of leden van de Staten-Generaal te chanteren en om te kopen om zo zijn macht uit te breiden was Willem de Zwijger vooral buiten te vinden. Andere activiteiten onder het zwerk: “Oranje en zijn mannen eisten geld van de bevolking, en vooral de geestelijkheid en de boeren, onder de dreiging hun huizen, schuren, hoeven, boerderijen, kerken, kloosters en akkers in de brand te steken. Willem en zijn mannen persten de bevolking af. Oranje deinsde er niet voor terug om brandstichting in te zetten als er werd geweigerd te betalen. De geestelijkheid leed in het bijzonder onder de komst van Oranje en zijn soldaten. Veel priesters en pastoors werden gemarteld en geliquideerd, hun goederen geconfisqueerd. Een voorbeeld voor de beeldvorming: “De pastoor van Haaren werd vermoord, nadat zijn neus en rechteroor waren afgesneden en zijn ogen uitgestoken. Zo valt te lezen in ‘De vuile handen van Willem van Oranje’ – Aron Brouwer & Marthijn Wouters –

Volgens mij hoort het standbeeld dus een halve slag gedraaid te worden… erop uit, plunderen, roven om uit zelfzucht een land in ellende te storen. Uiteindelijk kwam Willem de Zwijger in Delft, onder een opzichtig brok marmer, toch definitief thuis om zo zijn bijnaam tot in de eeuwigheid eer aan te doen. 

Als je iets kleins jat krijg je een strafblad. Als je een heel land steelt, krijg je een standbeeld. Nogmaals, een column schrijven we graag.


Column nodig? We schrijven die dingen graag voor je, onderwerp maakt niets uit.