Paradox van Grelling

het woord handschrift in schrijfletters, ter illustratie van een stukje over de paradox van Grelling.
© de tekstschrijvers

Naamwoorden kunnen volgens de Duitse taal- en wiskundige Kurt Grelling in 2 groepen worden ingedeeld. De 1e categorie noemt de Duitser “autologisch”. Dat zijn woorden die op zichzelf betrekking hebben. Het woord “vijflettergrepig” is bijvoorbeeld autologisch omdat het vijflettergrepig is. Hetzelfde geldt voor woorden zoals “Nederlands”, “woord” en “kort” omdat het woord “Nederlands” Nederlands is, het woord “woord” een woord en het woord “kort” is kort. Nog drie: Afk, spelvout, verhapseling. (Opmerking: het woord “korter” is langer dan het woord “kort”.)

Uiteraard zijn er ook woorden waarvoor dat niet opgaat, die noemt Kurt heterologisch. “Zeslettergrepig” is heterologisch omdat het niet zeslettergrepig is en “lidwoord” is eveneens heterologisch omdat het geen lidwoord is. De betekenis van de woorden “autologisch” en “heterologisch” zijn duidelijk. 

Nu de vraag hoe het gesteld is met het woord “heterologisch”: heterologisch of autologisch? Een tegenspraak; voorzover het heterologisch is, is het autologisch en andersom. Stel nu dat heterologisch een autologisch woord is. Dan beschrijft het zichzelf per definitie niet, want het betekent juist het tegenovergestelde van “autologisch”. Als heterologisch dus in plaats daarvan een heterologisch woord zou zijn, zou het zichzelf beschrijven en is daardoor per definitie autologisch. Het woord heterologisch kan alleen autologisch zijn als het zichzelf beschrijft en dus heterologisch is. Dit is een duidelijk geval van tegenspraak: de Paradox van Grelling.

Bron: Russell’s Second Paradox A Dialectical Analysis of ‘On Denoting’ -Harm Boukema- Radboud Universiteit Nijmegen