Teksten redigeren en schrijven

Redigeren | Tekstsoorten | Vorm & inhoud | Stijlfiguren & slagzinnen | Boeken

Redigeren van teksten

Redigeren volgens de tekstschrijvers: bijna totaal doorgehaalde tekst, tussen de strepen valt te lezen: schrijven is schappen:
© de tekstschrijvers

Teksten redigeren is nauwkeurig werk. Niet vakkundig geschreven teksten kenmerken zich vaak door een slechte opbouw, herhalingen, gebrek aan afwisseling in zinslengte, overmatig gebruik van de lijdende vorm, afleidende woordkeus of ambtelijk taalgebruik.

Bij het redigeren van teksten, of het herschrijven, letten wij bovendien op: accenten, argumenten, grammatica, herhalingen, interpunctie, mannelijk of vrouwelijk (voorbeeld: logé = vrouwelijk, logee = mannelijk), opbouw, passief taalgebruik, samenvoegingen (voorbeeld: alle twee, allebei, onder meer, te allen tijde), verwijzingen (dat, deze, die, hij, zij), zinloze bijwoorden en overbodige bijvoeglijk naamwoorden.

screenshot van een internet pagina van een collega testschrijver, op die pagina staan een spelfout
Dit marketingbureau maakt het erg bont, zou er zelfs geen letter door laten redigeren

Foutloos Nederlands schrijven is ’n tijdrovend gedoe, mocht je de gelegenheid niet hebben mail ons gewoon; dan zoeken we uit wat we voor elkaar kunnen betekenen. Hanskje is namelijk gek op redigeren.


Tekstsoorten

Verschillende tekstsoorten: strip, roman, gedicht, reclame. Dit ter illustratie van de het stuk over teksten redigeren van de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers

Je kunt teksten op verschillende manieren rangschikken; de onderverdeling leunt hoe dan ook op eigenschappen met betrekking tot bedoeling, inhoud en vorm. Een populaire classificatie.

Het argumentatieve teksttype

Deze teksten hebben nadrukkelijk de bedoeling het denken of handelen van de lezer of luisteraar te beïnvloeden. Voorbeelden: advertenties, protestbrieven (redigeren wij trouwens ook), reclameteksten en verzoeken;

Het beschouwende teksttype

Die teksten geven feitelijke informatie over de werkelijkheid weer en worden aangevuld met standpunten en opvattingen van de schrijver of spreker. Voorbeelden hiervan zijn boekbesprekingen, discussiebijdragen, kritieken, ingezonden brieven of reportages

Fictie

Deze teksten bevatten een verbeelde werkelijkheid. Voorbeelden zijn gedichten, romans, stripverhalen of sprookjes;

Het rapporterende teksttype

Deze teksten geven feitelijke informatie over de werkelijkheid. Voorbeelden zijn mededelingen, aankondigingen, nieuwsartikelen, verslagen of beschrijvingen.


Vorm & inhoud

Haakje openen een Y en haakje sluiten, door tekstschrijver Jacob op de pagina vorm en inhoud van de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers

Bij de beoordeling van teksten volgen we de systematiek van het CCC-evaluatiemodel van Jan Renkema. Over teksttype, inhoud, opbouw, formulering en presentatie.

Correspondentie: het doel van de schrijver en de behoefte van de lezer zijn op elkaar afgestemd. Consistentie: eenmaal gemaakte keuzes worden consequent volgehouden. Correctheid: taal- en stijlregels worden nageleefd. De criteria correspondentie, consistentie en correctheid zijn van toepassing op vijf tekstniveaus. Deze niveaus worden al sinds de Klassieke Oudheid onderscheiden: teksttype, inhoud, opbouw, formulering en presentatie.

Teksttype

Is het gekozen teksttype geschikt voor het (communicatie) doel en de doelgroep? Zijn de kenmerken van het teksttype consequent toegepast? 

Inhoud

Is de informatie relevant? Is de hoeveelheid informatie in overeenstemming met doel en doelgroep? Zijn de gebruikte argumenten in overeenstemming met doel en doelgroep? Is de tekst vrij van tegenstrijdigheden en onduidelijkheden? Is de informatie juist?

Opbouw

Past de gekozen structuur (volgorde en samenhang van informatie) bij het doel en de doelgroep? Zijn de gekozen structuurelementen consistent toegepast? Worden de juiste en voldoende verbindings- en verwijswoorden gebruikt om de samenhang tussen zinnen en alinea’s te verduidelijken?

Formulering

Past de formulering bij het doel en de doelgroep? Worden de stijlkenmerken in deze tekst consistent gebruikt? Zijn de zinsbouw en de woordkeuze correct?

Presentatie

Past de presentatie van de tekst bij het doel en de doelgroep? Zijn de presentatiemiddelen consistent toegepast? Zijn de regels voor spelling en interpunctie correct toegepast? Zo niet: opnieuw redigeren.

Stijlfiguren en slagzinnen

Tekening van Magritte zijn pijp, die geen pientere is. Redigeren, stijlfiguren en slagzinnen: de tekstschrijvers
© de tekstschrijvers

Onder andere uit onderzoek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam blijkt dat rijm, alliteratie, herhaling en dubbelzinnigheid een positief effect hebben op de waardering van slagzinnen. Met uitzondering van rijm hebben deze stijlfiguren ook een positieve invloed op de herinnering je treft ze dan ook regelmatig in slagzinnen. Er zijn in totaal 165 stijlfiguren; tuurlijk kent Hanskje die uit het hoofd. Hier de voor tekstschrijvers 12 belangrijkste met voorbeelden.

Alliteratie

Beginrijm is een vorm van rijm die niet zo snel opvalt. Beginrijm slaat op de overeenkomst in klank tussen beginletters van beklemtoonde lettergrepen. 
Heerlijk helder Heineken, De Dikke Van Dale, Waar een wil is, is de weemoed weg en natuurlijk de meeste Suske en Wiske albums.

Chiasme

Afkomstig van de Griekse hoofdletter X “chi” als verwijzing naar de kruislingse wisseling, is een stijlfiguur waarbij twee bij elkaar horende zinnen of zinsdelen, wat de woordvolgorde betreft elkaars spiegelbeeld zijn. Snel lekker. Lekker snel. Denkend aan de dood kan ik niet slapen. Niet slapend denk ik aan de dood. (Bloem)

Dubbelzinnigheid

Dubbelzinnige taalconstructie in grammaticale of semantieke zin. -Afrekenen met winkeldieven?  Bemoei je met je eigen zaak. Hema: de gewoonste zaak van de wereld. Ze is vannacht goed bevallen. Een verwarrende: ze sloeg die cavia met de tak.

Eufemisme

Een eufemisme is het op een getemperde wijze refereren aan woorden die grof kunnen zijn. Voorbeelden zijn “vomeren” voor braken, “ontslapen” voor sterven en “dames met een maatje meer” voor rondvaartboten. Een compacte auto.

Hyperbool

Het tegenovergestelde is trouwens een parabool of ‘understatement’. Een hyperbool is een overdrijving. Een realistische situatie wordt overdreven om de boodschap te versterken. Hyperbolen komen veel voor in het dagelijks taalgebruik. 
Zo snel als de bliksem, hij staat al eeuwen te wachten, hij is in een seconde terug.

Parallellisme

Overeenkomstige gedachten worden op gelijke wijze uitgedrukt (zinsbouw, aantal woorden, aantal lettergrepen of klanken).
Goede Tijden, slechte Tijden, De beste drinkers drinken het, de beste brouwers brouwen het

Paradox

Schijnbare tegenstelling(antithese) of tegenstrijdigheid. 
Aan de ene kant ben ik aarzelend, maar aan de andere kant toch weer niet.

Personificatie: personificatie is de voorstelling van een zaak of een begrip als iets levends. 
De huizen sloten hun ogen, bomen fluisteren zachtjes haar naam

Pleonasme: in een pleonasme wordt een deel van de betekenis herhaald (en is verwant aan de tautologie). Een ronde cirkel.

Rijm: eindig nooit een dichtregel op herfst, nieuws, ordner, slordig, stolp, twaalf, vijftig, wulps, of zilver. Daar krijg je spijt van. – Ben ik nou niet wijs, of wordt het haar van zijn toupetje grijs?

Tautologie: bij een tautologie wordt het begrip herhaald.  Bij een tautologie wordt het begrip herhaald. In veel gevallen heeft een tautologie een versterkend effect. Enkel en alleen, gratis en voor niets. Hier gaat het fout: Hij is niet in staat te kunnen lopen en zoals bijvoorbeeld. 

Woordspeling Het blijft regenen, zei Helga van Leur droogjes. Nadat de winkelier op de fles ging, raakte hij aan de drank.


Boeken over schrijven

Afbeelding bij boeken over schrijven: een hoofd waarin boeken rondfladderen. Dit ter illustratie van deze pagina van de tekstschrijvers.
© de tekstschrijvers

Mocht je iets over schrijven willen lezen, zou ‘k je de eerste en laatste titel aanbevelen. Hier een overzicht dat niet volledig pretendeert te zijn:

  • Het geheim van de schrijver, Renate Dorrestein
  • Handboek voor Schrijvers, Maaike Molhuysen e.a.
  • Interviewen, Arjan Visser
  • Je weet niet wat je schrijft, C. van Bokhoven
  • Leren Schrijven Leren, P. van Duijnhoven e.a.
  • Mijn leraar Nederlands, Herman Koch e.a.
  • Het Prozaboek, Bert Jansen e.a.
  • Schrijven: het begin, Pim Wiersinga
  • Schrijven is ritme, Thomas Verbogt
  • Spanning in verhalen, René Appel
  • Ware Verhalen, Ton Rozeman (samenst.)
  • De wil en de weg, Jan Brokken
  • Het woord is aan de schrijver, Arjan Visser
  • De wonderen van de heilbot, Oek de Jong
  • De 36 dramatische situaties, Jan Veldman
  • Zelf schrijver worden, Gerard Reve